Jimmy Creed (06-05-2007)

Bos en Duinschool, Bloemendaal

ik wil niet lopen

Omgaan met moeilijk gedrag

Alle peuters doorlopen de peuterpuberteit, de fase waarin ze hun eigen willen ontdekt hebben en experimenteren met ‘nee’ en eventueel met driftbuien. Bij kinderen met Downsyndroom zal dit vaak iets later zijn dan bij andere kinderen. Daarnaast kan het doorlopen van die fase veel langer duren. Hoe heftig dit verloopt, verschilt van kind tot kind. Hoewel je wel weet dat deze fase ooit weer voorbij zal gaan, kan het soms toch heel moeilijk zijn om goed om te gaan met allerlei moeilijk gedrag. Bovendien wil je niet dat sommige gedragingen diep inslijten.

Lees meer op: http://www.downsyndroom.nl/gedragsproblemen

 

Eisen en en plezier bij ontwikkelingstimulering

Aan de ene kant moet je grenzen stellen en eisen blijven stellen. De ervaring heeft ons geleerd dat veel kinderen met Downsyndroom een soort ‘tough love’ (liefde met duidelijke leiding) nodig hebben en geen ‘soft love’ (een te toegeeflijke houding). Maar, tegelijkertijd is het belangrijk dat het kind zijn ouders of andere opvoeders niet alleen maar gaat ervaren als degenen die hem dwingen en grenzen stellen (hoe nodig dit ook is), maar ook moet blijven ervaren als bron van goedkeuring en plezier.

Lees meer op : http://www.downsyndroom.nl/liefde-en-discipline

 

Impulsief gedrag

Een probleem bij jonge kinderen met Downsyndroom is dat de expressieve taal (spraak) laat op gang komt. Dat betekent dat er vaak meer impulsiviteit is, omdat je ook via taal je gedrag reguleert. Je kunt dat soms deels opvangen door zaken visueel te maken. Door dagschema’s en het verloop van activiteiten ook met foto’s of duidelijke plaatjes te verduidelijken. Eventueel ook door heel duidelijk plaatjes te maken van gewenst gedrag en dat hem of haar te laten zien terwijl je hem of haar erin opstart.

Lees meer op: http://www.downsyndroom.nl/Impulsief-gedrag

 

A (Antecedents) B (Behaviour) C (Consequences) analyse

Het is belangrijk bij gedrag dat je als opvoeder als onwenselijk ervaart, goed te kijken naar wat er precies gebeurt in zo’n situatie. Als dit heel systematisch wordt gedaan, heet dat een ABC-analyse. Een orthopedagoog of psycholoog kan dit uitvoeren. Je kunt het echter eventueel ook zelf doen. Een duidelijke brochure met informatie hierover met de titel 'Het moet ophouden' kun je hier downloaden. 
 
Alvorens je een ABC-analyse maakt, moet je wel nagaan of er geen medische problemen zijn, want deze kunnen (door pijn of vermoeidheid of door uitval van zintuigen, bijvoorbeeld gehoorverlies) een rol spelen bij het ontstaan van moeilijk gedrag. Medische problemen moeten worden onderkend en behandeld. Daarnaast kunnen natuurlijk ingrijpende levenservaringen (verhuizing, nieuwe school, overlijden of ziekte van naasten, echtscheiding van ouders) een weerslag geven op het gedrag van een kind.
 
Ook zonder een helemaal uitgewerkte ABC-analyse, kan het nuttig zijn om te leren denken in de achterliggende ideeën.
 
 
Wegloopgedrag
 
Wegloopgedrag is niet ongewoon bij peuters, of ze nu wel of geen Downsyndroom hebben. Het hoort bij de ontwikkeling van autonomie. Ook hier geldt echter dat de leeftijdsperiode waarin dit gebeurt langer kan duren bij kinderen met Downsyndroom.