Jimmy Creed (06-05-2007)

Bos en Duinschool, Bloemendaal

Downkind is goed af in gewone klas

Rob Pietersen − 06/03/14, 07:27
© Jörgen Caris. Kinderen met down doen het prima op een gewone basisschool.

Kinderen met het downsyndroom boeken op een gewone basisschool grote vooruitgang, vooral op het gebied van praten, lezen, rekenen en schrijven. Een positieve houding van de school is daarbij cruciaal, plus een goede samenwerking tussen leraren en ouders.

Steeds meer Nederlandse kinderen met down volgen regulier basisonderwijs. Dat was 25 jaar geleden nog slechts 1 procent, nu gaat het om meer dan de helft van die kinderen. Dat stelt Gert de Graaf uit Amstelveen in zijn proefschrift waarop hij morgen promoveert aan de Universiteit Gent.

Vaak redden leerlingen met het syndroom van Down het een paar jaar op de gewone basisschool, om alsnog naar het speciaal onderwijs door te stromen. Een overstap naar een gewone school in het voortgezet onderwijs is jaarlijks slechts voor gemiddeld tien leerlingen weggelegd.

Die jaren in 'een gewone klas', met wat extra ondersteuning, leveren wel flinke winst op. De Graaf stelt dat zo'n klas een rijkere taalomgeving vormt voor de kinderen met Down, met meer complexe taal zowel vanuit de leerkrachten als vanuit medeleerlingen. Reguliere leerkrachten besteden daarnaast meer tijd aan het aanleren van schoolse vaardigheden, dan meesters en juffen in het speciaal onderwijs, zegt De Graaf.

Ook wordt de overgang van het oefenen van voorbereidende lees-, schrijf- en rekenvaardigheden naar het daadwerkelijke lees-, schrijf en rekenonderwijs langer uitgesteld in het speciaal onderwijs. Dat is niet gunstig voor de ontwikkeling van schoolse activiteiten.

Tenslotte is er in regulier basisonderwijs, dankzij extra geld voor leerlingen met het Downsyndroom, ook meer individuele begeleiding dan bij speciaal onderwijs.

Waar de ene school een kind met Down een 'te zwaar geval' vindt, ziet de ander 'een mooie uitdaging'. En een leerling die in groep 3 nog goed gaat, kan in groep 5 vastlopen, zegt De Graaf. Het is allemaal nog wankel, stelt hij. "Kort en bondig geformuleerd, zeggen veel van de ouders eigenlijk: 'Scholen die er samen met de ouders echt voor gaan kunnen het redden met zeer bewerkelijke kinderen'."

Afwachten is ook wat er het komende schooljaar gebeurt met de invoering van het zogeheten passend onderwijs, als het individuele rugzakje verdwijnt en minder duidelijk is op welke extra ondersteuning kinderen met Down mogen rekenen. Daarnaast zullen de verschillen per regio groot zijn. "Daar is bij ouders veel onzekerheid over", zegt De Graaf. "Ik hoop dat schoolbesturen oog zullen houden voor de voordelen van integratie, en dat zij voldoende ondersteuning op de gewone school mogelijk blijven maken."

Mensenrechten zijn altijd een belangrijk argument geweest voor de ontwikkeling van 'inclusief-onderwijs', een school waar iedereen welkom is, besluit De Graaf. "Maar, de gunstige effecten van dat inclusieve onderwijs op deze kinderen, vormen óók een heel goed argu